In de bijbel wordt God door meerdere woorden aangeduid. Ze komen afzonderlijk voor, maar ook in diverse wisselende combinaties en vaak voorzien van extra toevoegingen om extra aandacht te geven aan een bepaalde eigenschap van God, die in dat tekstgedeelte naar voren komt.
Het Oude Testament
In het Oude Testament worden verschillende woorden gebruikt om God mee aan te duiden.
Elohim (אלהים)
Dit woord wordt vertaald met "God". Het is een meervoudsvorm is (enkelvoud: Eloah)
en zou dus met "goden" vertaald kunnen worden. Maar als het gebruikt wordt om de
ene ware God van Israël aan te duiden, wordt het gebruikt met werkwoorden en
bijvoeglijke naamwoorden in de enkelvoudige vorm. Vandaar dat het als een enkelvoud
wordt weergegeven.
Maar in teksten waarin het blijkens de context duidelijk niet over de Schepper van
hemel en aarde gaat, gedraagt het zich als een gewoon meervoud.
De betekenis van het woord is onduidelijk. Sommigen brengen het in verband met een
Hebreeuws woord dat "sterk" of "voorop" betekent. Dan zou Elohim "De Sterke" of
"De Eerste" kunnen betekenen.
Anderen denken dat het afgeleid is van een ander Hebreeuws woord, dat "schrikaanjagend"
of "indrukwekkend" of "angst" betekent. Dan zou Elohim weergegeven kunnen worden met
"Die te vrezen is" of "Die te eren is".
Elohim is niet zozeer een naam, maar een generieke aanduiding of titel van het
Opperwezen.
JHWH (יהזה)
Natuurlijk heeft God ook een naam. Deze wordt weegegeven als JHWH. Het Hebreeuws
gebruikt geen klinkers, maar alleen medeklinkers. Daarom is het niet onmiddellijk
duidelijk, hoe deze naam moet worden uitgesproken.
De betekenis van deze naam wordt gegeven in
Exodus 3:13-15.
God sprak met Mozes, die een naam wilde weten die hij aan de Israëlieten kon noemen,
als ze hem zouden vragen naar zijn bevoegdheid om het volk te leiden. Eerst geeft
God een omschrijving: "Ik ben die ik ben", of, korter: "Ik ben". Dan
volgt een naam: "JHWH", dat is: de God die bij Abraham was, de God die bij Isa�k
was en de God die bij Jacob was. Hij zal ook bij Mozes en de Israëlieten zijn.
We kunnen dus concluderen, dat "JHWH" zoveel betekent als "Degene die is", "De
Eeuwige".
Adonai (אדוני)
Het woord "Adonai", dat "heer", "meneer" of "heerser" betekent, wordt ook, al of
niet in combinatie met "Elohim" en "JHWH" gebruikt om God aan te duiden.
De Joden waren bang om de geboden van God te overtreden
(Exodus20:7)
en de naam van de Heer te misbruiken. Als ze de Bijbel lazen en de naam JHWH zagen,
spraken ze die naam daarom niet uit, maar zeiden ze "Adonai".
Zoals gezegd, de uitspraak van JHWH is niet exact bekend doordat het Joodse Schrift
alleen medeklinkers kende. In latere tijden voegden de schriftgeleerden tekentjes
toe aan de medeklinker-tekst van het Oude Testament, zodat de uitspraak van de
woorden ook duidelijk zou zijn voor iemand die niet direct het woord herkende.
Toen ze echter bij de naam JHWH kwamen, plaatsten ze er de klinkers van het woord
"Adonai" tussen, maar bleven "Adonai" lezen. Zodoende zijn we de juiste uitspraak
van JHWH kwijtgeraakt.
Met de klinkers van "Adonai" ertussen zou je zoiets moeten zeggen als "Jahowa" of
"Jehova", maar het is vrijwel zeker, dat dit niet de originele uitspraak is van het
woord. Het zal geklonken hebben als "Jahoe" of "Jahwe".
De vertalingen van het Oude Testament
Op een gegeven moment werd het noodzakelijk om het Oude Testament te vertalen,
omdat veel Joden het Hebreeuws niet langer gebruikten, maar overstapten op het
Grieks. Hoe werden de woorden, die gebruikt werden om God aan te duiden, vertaald?
Hebreeuws
Grieks
Toelichting
אלהים (Elohim)
Θεος (theos)
Het Grieks kende als soort- of geslachtsnaam voor hun goden het woord "theos". De vertalers van het Oude Testament gebruikten dit woord om de ene God van Israël mee aan te duiden.
יהזה (Jahwe)
κυριος (kurios)
Men zou kunnen denken, dat de naam van God helemaal niet vertaald zou worden, maar dat
men de oorspronkelijke naam in Griekse letters zou weergeven, zodat de uitspraak
gelijk bleef, of in elk geval sterk op het origineel zou lijken.
Maar dat deed men niet. Men vertaalde de naam JHWH als Kurios, het Griekse woord
voor "heer" of "meneer", net als het Hebreeuwse "Adonai".
Dit was de vertaling die Jezus en de apostelen gebruikten. Dus het is te verwachten,
dat als zij Aramees spraken, ze de naam van God uitspraken als "Adonai" en als ze
Grieks spraken, het woord Kurios gebruikten.
אדוני (Adonai)
κυριος (kurios)
Het woord Adonai gaf het minste problemen, omdat het gewoon "heer" of "meneer"
betekende en als zodanig ook in het dagelijkse spraakgebruik voorkwam.
Toen de Bijbel werd vertaald in de moderne talen, rees het probleem, hoe de naam
van God, JHWH, moest worden weergegeven. E�n optie was, om niet te vertalen, maar
om een transliteratie van de naam te gebruiken, net zoals gedaan werd met de namen
van de apostelen en aartsvaders.
Maar daar was het probleem van de klinkers. Want we weten helemaal niet zeker, hoe
de naam oorspronkelijk geklonken heeft.
De andere mogelijkheid was om de Joodse gewoonte na te volgen. Zij gebruikten
"Adonai", terwijl het voor de lezer toch duidelijk was dat er niet "Adonai" stond,
maar "JHWH". Moderne vertalingen geven daarom JHWH als volgt weer:
Hebreeuws
Uitspraak
Engels
Nederlands
Duits
אדוני (Adonai)
Adonai
Lord
Heer/Here
Herr
יהזה (Jahwe)
onbekend, bij het voorlezen zei men: Adonai, behalve wanneer het gebruikt werd in combinatie met Adonai. Dan sprak men het uit als Elohim.
LORD
HEER/HERE
HErr
In alle gevallen is er dus geen verschil in uitspraak, terwijl het voor de lezer
typografisch duidelijk is, of de naam van God of een van zijn titels gebruikt wordt.
in vers 21: JHWH Adonai (NBG: HERE Here; NBV God, de HEER)
Overigens � dit vers is volgens
Efeziërs 4:8
van toepassing op niemand anders dan onze Heer Jezus.
Het Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks. Nergens kom je in de handschriften
die we hebben de Hebreeuwse naam van God tegen. Er wordt consequent het woord
"Kurios" gebruikt. Het wordt gebruikt als aanduiding van God, als titel voor de
Heer Jezus en een enkele keer om gewone mensen aan te duiden.
Het is het Griekse equivalent van het Hebreeuwse woord "Adonai".
Wanneer teksten uit het Oude Testament geciteerd worden, lezen we "Kurios" waar in
het Hebreeuws "JHWH" gebruikt wordt. Maar als er in het Hebreeuws "Adonai" gebruikt
wordt, wordt dit ook vertaald met "Kurios".
Het is dus niet mogelijk, om met zekerheid de Hebreeuwse vorm van de Godsnaam,
Jehova, of beter: Jahwe, in het Nieuwe Testament toe te passen.
Het zou nog mogelijk zijn in citaten uit het Oude Testament, hoewel je dan eigenlijk
ook al niet meer aan het vertalen, maar aan het interpreteren bent.
Maar niemand kan met zekerheid zeggen, dat de schrijvers van het Nieuwe Testament
wanneer ze het woord "Kurios" opschreven, dachten aan het woord "Adonai" of aan
de naam "JHWH", behalve in die teksten, waarin het woord overduidelijk op gewone
mensen slaat.
Wie toch de naam JHWH wil gebruiken in nieuwtestamentische teksten, zoals het
Wachttorengenootschap doet in de Nieuwe Wereldvertaling, moet keuzes
maken die bepaald worden door zijn eigen theologische inzichten en theorieën. Want
wanneer vervang je "Kurios" dan door "Jehova" en wanneer vertaal je het met "Heer"?
Dat is geen vertalen, maar redigeren, het aanpassen van de tekst.
Dat is niet eerlijk tegenover de lezers, die de Woorden van God moeten kunnen lezen
zoals die door Hemzelf aan ons gegeven zijn. Laat hen zelf maar concluderen wat
Het Nieuwe Testament bedoelt, als er staat, dat Jezus Christus Heer, Kurios, is.