Als we het hebben over de laatste dagen is het belangrijk om nauwkeurig aan te geven,
wat de Bijbel met deze uitdrukking bedoelt. Dan blijkt er een opmerkelijk verschil te
zijn tussen het gebruik in het Oude Testament enerzijds en in het Nieuwe Testament
anderzijds.
Het Oude Testament
Zoekend naar de betekenis van deze uitdrukking in het Oude Testament hebben we
allereerst wat 'vertaalproblemen' op te lossen. Want in nieuwere vertalingen van
de Bijbel wordt deze uitdrukking nogal eens omschrijvend weergegeven.
Zo lezen we dan uitdrukkingen als: 'in de toekomst' of 'na verloop van tijd' of
'eens'. Wie de bijbelteksten in de Statenvertaling er op naleest, kan nagaan dat
in de hieronder aangehaalde teksten steeds de uitdrukking 'in de laatste dagen'
gebruikt wordt.
De uitdrukking heeft betrekking op de tijd waarin het oordeel van God wordt
uitgestort over onder andere de valse profeten
1Jeremia 23:20 NBG51/SVV)
en het volk Israël
2Jeremia 30:24 NBG51/SVV3Deuteronomium 31:29 NBG51/SVV).
In dat oordeel komt het volk Israël tot bekering
4Jeremia 31:1).
Dientengevolge wordt de uitdrukking 'het laatst der dagen' ook gebruikt in verband
met de bekering van dit volk
5Daniël 10:146Hosea 3:5),
vanzelfsprekend het resultaat van het werk van Gods Geest aan hun harten. Dan zal dit
bekeerde volk gebruikt worden om de heidenvolkeren te oordelen
7vgl. Obadja :18).
Zo verwondert het dus niet dat de uitdrukking 'het laatst der dagen' ook gebruikt wordt om het oordeel te beschrijven dat de Heer door middel van zijn eigen volk aan de volkeren voltrekt
8Numeri 24:149Ezechiël 38:16).
Samenvattend kunnen we zeggen dat deze uitdrukking in het Oude Testament verwijst
naar de tijd waarin God, zij het door oordeel heen, zijn doel met Israël en de
volkeren bereikt.
Gods plan uitgesteld - algemene betekenis in het Nieuwe Testament
In de tijd dat het Oude Testament geschreven werd, was echter nog verborgen, dat
voordat Gods plannen met Israël en de volkeren volvoerd zouden worden, God Zich uit
Joden en heidenen een gemeente zou verzamelen
10vgl. Handelingen 14:14-1811Efeziërs 3:3-10).
Wel is Israël de bekering ten leven aangeboden, maar doordat de leidslieden van het
volk 'nee' tegen de Messias zeiden, is Gods plan voor een geestelijk en nationaal
herstel van Israël uitgesteld. De wederkomst van Christus, die de vervulling van
al Gods plannen brengt, is naar een onbekend tijdstip in de toekomst verschoven
12vgl. Handelingen 3:19-21).
Zodoende kan in het Nieuwe Testament de hele periode van Christus' komst tot Zijn
wederkomst aangeduid worden als 'de laatste dagen'. Zo heeft de uitdrukking in
Hebreeën 1:1,2
betrekking op de tijd van Christus' leven als mens op aarde.
Een vergelijking met
1 Petrus 1:20
leert ons dat de uitdrukking 'het einde der tijden' in dezelfde betekenis gebruikt wordt.
Jakobus gebruikt echter de uitdrukking 'de laatste dagen' in een breder verband. Bij
hem is het de tijd dat de christenen op aarde leven
13Jakobus 5:3).
In die tijd - en dat duurt voor hen tot de opname van de gemeente - horen zij meer
met hemelse schatten dan met aardse schatten bezig te zijn!
Johannes duidt de periode van Christus tot op antichrist aan als 'de laatste ure',
waarin we mogen rekenen op tegenstand van het geheimenis der wetteloosheid dat al
in werking is
142 Tessalonicenzen 2:7)
en vele antichristen doet opstaan
151 Johannes 2:18).
De periode van de gemeente - speciale betekenis in het Nieuwe Testament
Als er verder in het Nieuwe Testament gesproken wordt over de laatste (of latere)
dagen, ligt er de gedachte aan ten grondslag, dat de tijdsspanne dat de gemeente
Gods heilsinstrument op aarde is, in bepaalde perioden is onder te verdelen. Het
openbare getuigenis van de gemeente zal steeds meer aangetast worden door leringen
van boze geesten
161 Timoteüs 4:1vv).
In de laatste dagen, die dan direct voorafgaan aan de opname van de gemeente, zal
dit een vreselijke climax krijgen. Spotters, die het Woord van God radicaal ontkennen
en belachelijk maken en de waarheid in twijfel trekken, zullen de overhand hebben
172 Petrus 3:1-918Judas:18192 Timoteüs 3:1-8).
Zo zien we het profetische beeld uit Openbaring 3 groeien, ja zelfs al in onze tijd:
een gemeente die de naam heeft dat ze leeft, maar dood is
20Openbaring 3:1).
Een gemeente, die de naam christelijk in het vaandel heeft, maar waar Christus is
buitengesloten
21Openbaring 3:20)!
De gelovigen vormen dan in de hele christenheid maar een minderheid, die met vervolging
en miskenning heeft te kampen
22Openbaring 3:8, 9).
Maar dat betekent voor hen, Gods kinderen, dat het einde van hun aardse loopbaan
nabij is. Spoedig zullen zij weggerukt worden van de aarde.
Waar de 'laatste tijd' voor de naamchristenheid alleen maar verderf en goddeloosheid
brengt, brengt 'de laatste tijd' aan de gelovigen een onvergankelijke, onbevlekte
en onverwelkelijke erfenis
231 Petrus 1:5).
Samenvatting
De laatste dagen in het Oude Testament worden gekenmerkt door oordeel, maar bovenal
door de bekering van Israël en vele volkeren
24vgl. Joel 2:28-3225Jeremia 49:39).
Gods bedoeling was deze dagen te doen beginnen in de aanvang van het boek Handelingen
26Handelingen 2:16-21).
De werking van Gods Geest was merkbaar, de eerste begeleidende tekenen waren zichtbaar.
Maar door de onwil van een groot deel van Israël om Jezus van Nazareth als Messias
te accepteren, en door de onmacht van een ander deel van Israël om zich tegen hun
geestelijke leidslieden te verzetten, is de voortzetting van dit scenario naar de
toekomst verschoven.
In de tussentijd vormt de Heer een gemeente, waarin Hij op geheel andere wijze werkt
dan Hij in het verleden met Israël werkte of in de toekomst met datzelfde volk zal
werken. De laatste dagen van de gemeente op aarde worden dan ook niet gekenmerkt
door opmerkelijke (= anders dan anders) activiteit van Gods Geest, zoals dat met
Israël het geval zal zijn, maar door opmerkelijke (= intensiever en openlijker)
activiteit van satanische machten
272 Tessalonicenzen 2:7,8)!