In Matteüs 24:14 spreekt de Heer Jezus over het evangelie van het koninkrijk, dat
over de gehele aarde gepredikt zal worden alvorens het einde komt. Het evangelie
is een boodschap van God. Maar nauwkeurig de Bijbel lezend, ontdekken we, dat er
niet alleen meerdere boodschappen van God te onderscheiden zijn, maar ook verschillende
evangeliën - dat wil zeggen: verschillende boodschappen, die 'goed nieuws' betekenen.
Het is goed om op te merken, dat niet elke boodschap van God een evangelie, een
goede boodschap, te noemen is. Zo worden de beloften van God aan Abraham wel als
evangelie aangeduid
(1).
Maar hoewel de wetgeving op Sinaï een boodschap van God is aan het volk Israël, is
het niet direct een goede boodschap. Het is een harde boodschap: doe dat en leef
(vgl. 2).
Het is een boodschap, die door het zondige hart van de mens geen positieve uitwerking
heeft
(3).
Het goede nieuws van het Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament is sprake van drie 'vormen' waarin het heil geopenbaard wordt.
Deze drie heilsboodschappen worden alle aangeduid als 'evangelie', een goede boodschap
van God, hoewel de inhoud van deze verschillende boodschappen naar tijd en inhoud van
elkaar onderscheiden moet worden.
1. Het eeuwig evangelie
Kort voor de verschijning van de Rechter der wereld laat God nog eenmaal op indringende
wijze, zodat niemand kan zeggen het niet gehoord te hebben, het eeuwig evangelie prediken
door 'een engel, die in het midden des hemels vliegt'
(4).
Alleen in dit Schriftgedeelte wordt de uitdrukking 'eeuwig evangelie' gebruikt. Het is een
eeuwig evangelie - dat wil zeggen: het geldt al zolang de aarde bestaat. Dit is het
evangelie dat onder meer door de schepping verkondigd wordt. In dit evangelie openbaart
God zich als de Schepper aan het schepsel, aan de mens. Hij heeft hem gaven (de menselijke
geest) gegeven om over zijn eigen oorsprong en die van de hem omringende schepping na
te denken. De mens kan beseffen en beseft ook, dat er een Schepper is
(5;6;7).
Gods Geest leidt de mens om deze onzichtbare God te erkennen en Hem te verheerlijken en te danken. Satan verleidt de geest van de mens tot bewuste afwijzing van God en brengt hem tot afgoderij
(8).
Door dit evangelie hebben mensen uit alle tijden de mogelijkheid gekregen om God te
vereren en van zijn toorn gered te worden
(9).
Daarom is er ook voor geen enkel mens een verontschuldiging, want zij hebben het allen
gehoord. Job bijvoorbeeld is zo'n mens, die op grond van dit evangelie in de rechte
verhouding tot God stond. Aanvaarding van het eeuwig evangelie, de erkenning dat de
aarde en haar volheid van de Heer is, is de minimale eis waaraan de volken der aarde
moeten voldoen om ingang te verkrijgen in de heerlijkheid van het koninkrijk van God
op aarde.
2. Het evangelie van het Koninkrijk
Dit evangelie openbaart God als koning en spreekt van zijn komende heerschappij op aarde.
De wet en de profeten wekten de hoop op dit rijk en beloofden de Messias, de Koning
(zie o.a. 10;11;12).
Johannes de Doper bereidde de komst van deze Koning door zijn boeteprediking voor.
De Zoon van God, Jezus, verkondigde, zij het als de nog verborgen, maar toch al aanwezige
Koning, dat de aanvang van dit Koninkrijk zeer nabij was. Ja, in zijn persoon was
toen dat koninkrijk midden onder de Joden.
Het Koninkrijk aangeboden aan Israël
De Heer Jezus wendde zich uitdrukkelijk tot Israël
(13).
Hij geeft ook zijn discipelen de opdracht om aan Israël deze boodschap van het komende
koninkrijk te verkondigen
(14).
Volgens Gods belofte zal het volk van Israël in dat rijk een centrale plaats innemen
(15;16).
Het zal hun taak zijn om onder Christus dit rijk te regeren. Maar de Joden verwierpen
hun Koning. Zij wezen zijn heerschappij af en kruisigden hem. Na zijn opstanding gaf
de Heer Jezus zijn discipelen bevel om het evangelie van het komende Koninkrijk nu
ook aan de volkeren te verkondigen
(17;18).
Waar de apostelen kwamen, verkondigden zij (in de Joodse synagoge!) het evangelie van
het Koninkrijk
(vgl. 19).
Telkens als die boodschap werd afgewezen, gingen zij ook naar de heidenen en verkondigden het
evangelie van Gods genade
(vgl. 20).
De Koning afgewezen
Doordat de Joodse natie ook het getuigenis van de Heilige Geest verwierp, en de leidslieden
van de Joodse gemeenschappen in de verstrooiing de beslissing van de oudsten en de priesters
te Jeruzalem onderschreven, werd deze bediening onderbroken. Het verslag hiervan vinden we
in het boek Handelingen, waarin ten slotte geconcludeerd wordt, dat het heil (zij het in
een tot dan toe onbekende vorm) nu definitief voor alle volken bestemd is
(21).
Een toekomstig Koninkrijk
Deze verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk aan Joden en heidenen zal pas
vervolgd worden in de tijd van Jacobs benauwdheid, als de gemeente door de opname van
de aarde is weggenomen
(22).
Het gelovig overblijfsel uit Israël zal zich dan aan deze opdracht wijden en met buitengewone gevolgen het evangelie van het Koninkrijk verkondigen - geheel naar de oudtestamentische beloften en de woorden van de Heer Zelf. Hele 'volken' zullen tot discipelen gemaakt worden. Dit evangelie heeft tot doel het volk Israël gereed te maken om als Gods boodschapper onder de volken
(vgl. 23)
te functioneren en dit Koninkrijk binnen te gaan.
3. Het evangelie der genade en der heerlijkheid Gods
(24;25).
Dit evangelie deelt het heil in Christus mede aan alle mensen, zowel aan Joden als
aan heidenen, waarbij Joden en heidenen op gelijke wijze benaderd worden. En ook gelovigen
uit de Joden worden niet op een andere wijze behandeld dan gelovigen uit de heidenen.
Het geheimenis geopenbaard
'Het geheimenis van Christus' wordt door dit evangelie geopenbaard
(26;27).
Dit evangelie stelt ons de gemeente voor als het 'lichaam van Christus'
(28;29),
het behandelt de betrekkingen tussen het lichaam en het Hoofd
(30;
31).
Van kruis tot wederkomst
Het zal verkondigd worden tot aan het tijdstip van de opname der gemeente. Het 'evangelie
der heerlijkheid van de zalige God' doet de gelovigen delen in de hemelse heerlijkheid.
Passend bij haar Hoofd in de hemel is de gemeente een hemels volk. Zij wordt gezegend met
hemelse zegeningen, die haar al hier door het geloof ten deel vallen
(32).
Zij zal delen in de van de hemel uitgaande regering van Christus in het Koninkrijk der
hemelen in het duizendjarig rijk
(33;34).
Van verwerping tot aanvaarding
Het evangelie der genade vult de tijd op die er ligt tussen Israëls verwerping en haar
herstel
(35;36).
Aan dit herstel van Israël gaat de opname van de gemeente vooraf. Het overblijfsel van Israël
zal dan weer het evangelie van het koninkrijk prediken in de tijd van de Grote Verdrukking.
De gelovigen, die tijdens de huidige heilsbedeling gestorven zijn, zullen mogen delen in de
hun beloofde zegeningen door een opstanding, die onderdeel uitmaakt van de eerste opstanding.